Een advocaat hoeft niet te kunnen hockeyen

Date : 08/03/2019

Tot in de puntjes verzorgde studenten krijgen praktijkcollege in de boardroom van advocatenbureau Simmons & Simmons op de Zuidas. De master Ondernemingsrecht aan de Zuidas werd deze week wederom uitgeroepen tot topopleiding in de Keuzegids Masters.

“Je hoeft niet te kunnen hockeyen, hè, om advocaat te worden”, zegt advocaat Rezah Stegeman. De studenten rond de bestuurstafel lachen. Ze krijgen op deze januaridag praktijkcollege in de boardroom van het advocatenbureau.

De studenten doen de master Ondernemingsrecht aan de Zuidas, die dit jaar aan z’n elfde jaar is begonnen. De master scoort al jaren hoog in de Nationale Studenten Enquête en werd deze week wederom uitgeroepen tot topopleiding in de Keuzegids Masters.

College van praktijkmensen

“Ik ben deze master gaan doen vanwege die hoge score in de NSE”, zegt student Gaibar Hasami. De hoge score komt volgens hem onder andere door de praktijkcolleges. “In andere steden krijg je college over wat belangrijk is in de praktijk, hier krijg je college van mensen uit de praktijk.”

Op de bestuurstafel staan glanzende glazen, hagelwitte koffiekopjes, flesjes fris, schalen met koekjes en muffins. “Bij Simmons & Simmons doen ze niet alleen serieuze juridische dingen”, vertelt recruiter Claire van Raay ter inleiding op het college. “Je kunt ook deelnemen aan het hockeyteam.” Hier maakt Stegeman zijn grapje over hockeyen.

Wetboeken

‘Pakt u de wetboeken erbij, want ik vind het prettig als er af en toe uit kan worden voorgelezen’

Hoogleraar rechten Bart Joosen vult de eerste twee uur van het Zuidascollege en beukt de studenten murw met de wet op het financieel toezicht. ‘U’ noemt hij ze. “Pakt u de wetboeken erbij, want ik vind het prettig als er af en toe uit kan worden voorgelezen.” Om vervolgens in te gaan op het verschil tussen obligaties en aandelen, de definitie van een beleggingsobject, het verschil tussen zogenaamde forwards en futures. “Ik snap hier helemaal geen zak van”, fluistert een student tegen zijn buurman. Het lijkt wel een college bij economie.

In het derde uur is Stegeman aan de beurt. De temperatuur in de ruimte is inmiddels een aantal graden gestegen. Het hoorcollege liep uit, dus Stegeman is genoodzaakt iets van de borreltijd af te snoepen. “Met welke vraag komen klanten bij ons binnen?” vraagt hij. Het blijft even stil. Hij vervolgt: “Ze willen weten of ze een vergunning nodig hebben. Dat willen ze liever niet, want dan kijkt de toezichthouder over hun schouder mee. Als advocaat kijken we of we een klant buiten de vergunningsplicht kunnen houden.”

Hij noemt een grote klant, die een handelsplatform voor leningen had opgericht, waar stukjes lening kunnen worden gekocht en verkocht door professionele partijen. “Is daar een vergunning voor nodig?” Geen antwoord. Nee, oordeelden de advocaten, leningen zijn geen ‘financiële instrumenten’ en daarom is een vergunning niet verplicht.

Goed te doen

De studenten typen en schrijven druk. Ze geven vaak snel antwoord op Stegemans vragen, ook al is het moeilijke materie en is het ook al laat. “Het klinkt als een heel ingewikkeld vakgebied”, zegt de advocaat, “maar als je er even voor gaat zitten, is het goed te doen.” Hij wil de studenten graag geruststellen. “Het is een leuke wet”, herhaalt hij even later. “Als je eenmaal je weg weet te vinden, is het niet zo ingewikkeld als het klinkt.”

“Studenten hebben geen idee hoe het werkt in de praktijk. Wat in het wetboek staat, leidt in de praktijk tot vraagtekens”, zegt Stegeman voor hij zijn college begint. Daarom zijn colleges van advocaten die in de praktijk werken nuttig. Toen hij zelf op de VU studeerde, bestond deze master, met colleges op de advocatenkantoren zelf, nog niet. Dat draagt volgens hem bij aan het plezier.

Kijkje in de toekomst

Tien jaar geleden startte de opleiding omdat studenten van de VU amper bij de grote advocatenkantoren belandden, terwijl die wel vraag hadden naar goede studenten. Inmiddels komt meer dan de helft van de afgestudeerden terecht bij een van de grote kantoren op de Zuidas.

“De praktijkcolleges zijn voor mij een reden om deze master te doen”, bevestigt student Frank van Alphen. “Je ziet alle kantoren van binnen en kunt informeel kennismaken met advocaten onder het genot van een drankje. Dat maakt het voor jezelf makkelijker om te achterhalen welk kantoor bij je past.” “Je bent door de praktijkcolleges goed voorgelicht over welke mogelijkheden je hebt na je studie”, voegt medestudent Bas van Niekerk toe. “Het is leuk dat je ziet hoe het er in de praktijk aan toegaat. Daardoor krijg je een beter inkijkje in wat je later wil”, zegt ook student Sybout Valkenburg.

Top van de top

De advocatenkantoren op de Zuidas zijn zeer geïnteresseerd in de studenten die de master afronden. Ze zijn betrokken bij de selectie van de dertig studenten die elk jaar kunnen worden toegelaten en bieden hun een stageplek aan. “Door de selectie hebben de studenten in deze master een hoge mate van intrinsieke motivatie”, zegt recruiter Van Raay. “Daarmee haal je de top van de top binnen.”

Opvallend is wel dat er van de 24 studenten maar zeven vrouw zijn. “Er zijn inderdaad meer mannen, maar vandaag zijn er toevallig ook twee vrouwen niet”, zegt student Mona Keller. Zelf deed ze haar bachelor in Maastricht en kwam ze speciaal voor deze master naar de VU. “De colleges op de kantoren zijn heel leuk. Ze geven een beter beeld van de praktijk. En het is een kleine groep, dus je krijgt heel intensief college.”

Samen zeilen

‘De gastdocenten zijn zo enthousiast dat sommigen al tien jaar meedoen’

Ook mastercoördinator Pien Werkman denkt dat vooral de gastcolleges van topadvocaten, die regelmatig plaatsvinden op de kantoren zelf, en de kleinschaligheid de hoge scores in de NSE opleveren. “Het is een kleine groep heel gemotiveerde studenten, die een jaar lang intensief samenwerken”, zegt ze. “En we hebben allerlei activiteiten zoals een openingsevent, samen zeilen en een bezoek aan de Ondernemingskamer, en de gastdocenten zijn zo enthousiast dat sommigen al tien jaar meedoen.”

Stegeman moedigt de studenten aan het eind van zijn college aan om tijdens de borrel vooral met de advocaten in gesprek te gaan. “Vraag ook vooral over werktijden, salaris, werksfeer. Het kan zijn dat er een paar mensen klagen, maar dat komt omdat we het nu toevallig superdruk hebben vanwege de Brexit.” En dan is het eindelijk tijd voor een drankje aan de overkant.